Het Nederlandse belastingstelsel kent veel uitzonderingen voor specifieke situaties. Dat maakt dat het makkelijker is om belasting te vermijden, moeilijker om belastingwetten uit te voeren en dat belastingen oneerlijker worden. De initiatiefnemers willen een deel van die uitzonderingen schrappen en het tarief in box 2 aanpassen. Dat moet tegengaan dat het belastingstelsel de vermogens­ongelijkheid, die in Nederland al hoog is, vergroot. Het voorstel moet de ongelijke fiscale behandeling van inkomen uit arbeid en inkomen uit kapitaal verkleinen.

De initiatiefnemers stellen daarvoor zes maatregelen voor die de inkomstenbelasting in box 2 meer in evenwicht moeten brengen.

1.  Afschaffen van de doelmatigheidsmarge van 25% in de gebruikelijk-loonregeling. Het loon dat een directeur groot aandeelhouder aan zichtzelf moet toerekenen voor de belasting wordt dan gelijk gesteld met de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

2. Afschaffen van de doorschuifregeling in de inkomsten­belasting voor vererving en schenking van aanmerkelijk belang. Als de waarde in de tijd tussen het verkrijgen en schenken of erven is gestegen, wordt over die stijging inkomstenbelasting geheven.

3. Twee belastingtarieven in box 2. Het voorstel is om het huidige tarief te verlagen van 26,9% naar 26% voor inkomsten tot € 60.000,-. Inkomsten daarboven worden belast met een hoger tarief van 40,59%.

4. Verhuurd vastgoed aanmerken als beleggingsvermogen voor de bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling en niet langer als ondernemingsvermogen.

5. Voor aandeelhouders van gewone aandelen, moeten minimumaandeel hebben van 25% (nu 5%). Bij het vaststellen van dat percentage telt het niet meer mee als aandeelhouders een deel van een specifiek soort aandelen bezitten.

6. De vrijstelling in de bedrijfsopvolgingsregeling versimpelen tot één percentage voor de gehele vrijstelling. Het voorstel is om de vrijstelling te verlagen naar 25% met een maximum van 1 miljoen. Dat is nu 100% tot 1 miljoen.

Twee voorstellen verminderen de regeldruk en de complexiteit van het belastingstelsel. De andere vier voorstellen vergroten de complexiteit juist. ATR adviseert om voorrang te geven aan maatregelen die de complexiteit verminderen, zoals het afschaffen van regelingen. Bij de voorstellen is niet overwogen of de toenemende onevenwichtigheid ook met minder belastende alternatieven kan worden beperkt. ATR adviseert dat alsnog te doen of toe te lichten waarom zulke alternatieven niet zijn overwogen.