Bewoners die op 25 april 2023 nog geen versterkte woning hadden, krij-gen een vaste vergoeding van € 2.500  voor het wachten. Deze wordt ambtshalve toegekend, zodat zij daar geen moeite voor hoeven te doen. Het voorstel heeft wel regeldrukgevolgen voor woningcorporaties, omdat zij worden belast met het uitkeren van het bedrag aan hun huurders. Niet duidelijk is waarom voor deze ‘indirecte’ route is gekozen. Dat schrijft ATR in een advies aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.  

In de basis een lastenluw voorstel

De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) verleent de € 2.500 ambtshalve aan huishoudens die onder de voorwaarden van de vergoedingsregeling vallen. Huishoudens hoeven hier niets voor te doen. 

Mogelijk onnodige regeldruk voor woningcorporaties
In principe ontvangen huishoudens de vaste vergoeding rechtstreeks van de NCG.  Een uitzondering betreft de situatie voor huurders van woningcorpora-ties. In dit geval loopt de vergoeding van de € 2.500 via de woningcorporatie. Het voorstel maakt niet duidelijk waarom het nodig is om deze vergoedingen via de woningcorporaties te laten lopen terwijl dit (mogelijk) wel voor extra werk voor woningcorporaties leidt. Tenslotte is de regeldruk niet volledig in kaart gebracht. 

De formele titel van dit voorstel is de Wijziging van de Regeling Tijdelijke Wet Groningen in verband met het toevoegen van een vergoeding voor overlast bij vertraging in de versterking en enkele andere wijzigingen.