Met een tijdelijke subsidie voor de opleidingskosten door zorgorganisaties in de wijkverpleging wil het ministerie van VWS zorgen voor voldoende aanwas van wijkverpleegkundigen totdat een structurele regeling in 2027 van start gaat. De toelichting maakt niet duidelijk waarom niet van diverse bestaande regelingen gebruik kan worden gemaakt. Ook dient de berekening van de regeldruk, die geschat wordt op circa € 2,3 mln. per jaar, op twee punten aangevuld te worden. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van VWS. 

Context

Het ministerie is bezig om met een groot aantal partijen in de zorg te komen tot een structurele aanpak voor het opleiden van verpleegkundigen voor de wijkverpleging. Vanaf 2027 zal dit structureel opgepakt gaan worden. De nieuwe subsidieregeling vult het gat tot dat moment.

Nut en noodzaak

Uit de toelichting op het voorstel blijkt dat het personeelstekort in de wijkverpleging bij ongewijzigd beleid in 2027 circa 10.500 werknemers zal bedragen. Het opleiden van leerling-werknemers in de wijkverpleging is voor werkgevers relatief tijd- en kostenintensief in vergelijking met andere sectoren. Tegelijkertijd blijken er ook diverse andere subsidieregelingen, die ook tot doel hebben om aan de toekomstige zorgvraag in de wijkverpleging te kunnen voldoen. ATR adviseert om duidelijk te maken waarom die (desnoods met uitbreiding van het budget) niet volstaan. 

Regeldrukberekening aanvullen

Het voorstel besteedt aandacht aan mogelijkheden om de regeldruk voor de zorgorganisaties in de wijkverpleging te beperken. Die regeldruk wordt geschat op circa € 2,3 mln. per jaar. De regeldrukberekening is echter niet geheel volledig. Zo ontbreekt de regeldruk van de steekproefmatige bedrijfsbezoeken door de toezichthouder. Het College adviseert de berekening aan te vullen.

De formele titel van het voorstel luidt Subsidieregeling Werkgeverskosten Opleiden Wijkverpleging (WOW).