Het kabinet wil producenten van luiers en incontinentiemateriaal verplichten hun producten na gebruik te recyclen. Dit zorgt naar schatting voor maximaal 40 miljoen euro aan structurele extra regeldruk. Terwijl uit het voorstel onvoldoende blijkt of er vraag zal zijn naar het restproduct na recycling. Bovendien blijkt niet of en zo ja hoe een goede samenwerking met bijvoorbeeld gemeenten kan worden gegarandeerd om de verplichting effectief te maken. Dit schrijft ATR aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (I&W). 

Context 

Een zogeheten uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) verplicht producenten tot het inzamelen en recyclen van hun producten. Dit moet uiteindelijk leiden tot minder CO₂-uitstoot en een beter hergebruik van waardevolle materialen. Het kabinet legt deze verplichting nu ook op aan producenten van eenmalig gebruikte luiers en incontinentieproducten. 

Samenwerking met andere partijen in de afvalketen

Uit ervaringen met eerdere UPV’s blijkt dat producenten sterk afhankelijk zijn van de bereidheid en capaciteit van andere partijen in de afvalketen, met name gemeenten, om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. De toelichting maakt onvoldoende duidelijk of en zo ja hoe een effectieve samenwerking gegarandeerd kan worden.

Onvoldoende vraag naar restproduct

Onderzoek toont aan dat de prijs van teruggewonnen materialen hoger ligt dan die van nieuw geproduceerde materialen. Het is dan ook niet op voorhand zeker of er überhaupt vraag is naar het restproduct dat voorkomt uit het recyclen van luiers en incontinentiemateriaal. In het voorstel wordt hier geen toelichting op te geven, terwijl het essentieel is voor de vraag in hoeverre de verplichting kan bijdragen aan het verminderen van het grondstoffengebruik in de luiersector. 

De formele titel van het wetsvoorstel luidt het Besluit houdende regels voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor luiers en incontinentiemateriaal voor een eenmalig gebruik (Besluit uitgebreide producentenverantwoordelijkheid).