Woningcorporaties zijn een belangrijke partij bij het realiseren van verschillende maatschappelijke opgaven op het gebied van wonen en woningbouw. Die opgaven zijn in principe haalbaar, mits de verdeling van middelen en opgaven beter verdeeld wordt. Daarom wil het kabinet de bestaande regeling voor solidariteit tussen corporaties wijzigen. De onderbouwing van de wijzigingen schiet op verschillende punten tekort. Zo mist een duidelijke probleemanalyse en blijft onduidelijk of de wijzigingen effectief en werkbaar zijn. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).

Context
Projectsteun is een herverdelingsinstrument tussen woningcorporaties die ervoor moet zorgen dat ook corporaties met onvoldoende middelen een voldoende bijdrage kunnen leveren aan hun maatschappelijk taak. Het kabinet wil de huidige regeling voor projectsteun aanpassen omdat er in de praktijk onvoldoende gebruik van wordt gemaakt. Daarom wordt voorgesteld dat corporaties eerst onderlinge vormen van solidariteit benutten, waaronder een mogelijk nieuw instrument voor projectsteun tussen corporaties. Pas wanneer deze opties ontoereikend zijn, kan landelijke projectsteun worden aangevraagd die via een Rijksheffing op de sector kan worden afgedwongen.
Nut en noodzaak
De belangrijkste wijzigingen houden in dat corporaties met relatief weinig middelen eenvoudiger kunnen worden geholpen. Ook wordt er een nieuwe vorm van onderlinge solidariteit geïntroduceerd met fiscale steun. Uit de toelichting op deze wijzigingen blijkt niet hoe het precies komt dat de huidige vorm van steun niet goed genoeg werkt. Ook wordt niet duidelijk of en in welke mate de wijzigingen effectief zullen zijn. Oftewel: onduidelijk blijft of het niet verder onderbouwde probleem wordt opgelost.
Toezicht
Het kabinet richt ook een nieuwe adviescommissie in die moet helpen bij het beoordelen van aanvragen voor steun. In de toelichting worden geen alternatieven op het oprichten van een nieuw toetsingsorgaan geboden. Ook wordt niet inhoudelijk gemotiveerd waarom men kiest voor het oprichten van een nieuwe toezichthouder. Deze taak beleggen bij een bestaande toezichthouder zou aanzienlijk minder lasten met zich meebrengen. Bovendien moet deze commissie zowel aanvragen voor individuele (vrijwillige) projectsteun als collectieve (verplichte) projectsteun beoordelen. Een meldplicht voor aanvragen van vrijwillige projectsteun met risicogericht toezicht zou een minder belastend alternatief kunnen zijn.
Werkbaarheid en regeldruk
Uit de toelichting blijkt dat er van aanvragende woningcorporaties “een redelijke inspanning” wordt gevraagd om onderlinge projectsteun tot stand te brengen. Onduidelijk is wat wordt verstaan kan worden onder een redelijke inspanning. De precieze praktische uitwerking voor corporaties moet beter worden uitgewerkt en zo de werkbaarheid beter in beeld gebracht. Ook de regeldrukparagraaf vraagt om aanvullingen.
De formele titel van het voorstel luidt Modernisering projectsteun volkshuisvesting 2015