Het kabinet maakt het met dit voorstel mogelijk om stikstofmeststoffen uit dierlijke mest (Renure) te gebruiken als kunstmestvervanger. De noodzaak voor het apart registreren van Renure naast de registratie van de reguliere kunstmest moet verder worden toegelicht. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Door de aanpassing van de uitvoeringsregeling wordt het mogelijk om naast de gebruikelijke norm voor dierlijke mest, nog extra stikstof uit Renure toe te dienen indien nodig. In april 2024 heeft de Europese Commissie ingestemd met de toepassing van Renure onder bepaalde voorwaarden. In september 2025 heeft het Nitraatcomité positief geadviseerd over het voorstel.
Tijdelijk twee routes voor de registratie als producent
Voor de registratie als producent zijn er twee routes. Een producent moet voor erkenning als producent één van deze twee routes volgen.
1. Als vrijwillig gecertificeerde producent. KIWA Verin heeft een kwaliteitssysteem voor private certificering opgezet;
2. Middels een aanvraag (via RVO) bij de minister.
Dat er twee routes zijn, komt doordat private certificering nog niet verplicht kan worden gesteld. Om dit wel te kunnen verplichten moet de Meststoffenwet worden aangepast. Deze aanpassing is in gang gezet. Als deze voorgestelde wijziging van de Meststoffenwet in werking treedt, zal op termijn de route via certificering de enige route worden.
Extra administratie voor gebruiker Renure
Gebruikers van Renure moeten naast het gebruik van kunstmest, apart het gebruik van Renure registreren. Het is onduidelijk waarom Renure niet mag worden geregistreerd als reguliere kunstmest.
De formele titel van het voorstel luidt: wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in verband met het onder voorwaarden toestaan van Renure boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest.