Het kabinet wil vanaf 2029 een minimum energieprestatie-eis voor huurwoningen introduceren. Die moet gaan gelden voor zowel woningcorporaties als private verhuurders. Het voorstel maakt niet duidelijk wat de knelpunten zijn die particuliere verhuurders ervaren bij verduurzaming. Ook blijft de effectiviteit van het voorstel onduidelijk. Het voorstel licht ook onvoldoende toe of en zo ja hoe het voornemen haalbaar en werkbaar is. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).

Effectiviteit onduidelijk

Het voorstel brengt het risico mee dat particuliere verhuurders hun huurwoningen gaan verkopen (uitponden), zeker als zij nu al aangeven verduurzamingsmaatregelen niet te kunnen betalen. Hiermee kan de normering ontweken worden en verdwijnen huurwoningen naar de koopsector. Dit risico wordt in de toelichting op het voorstel niet meegenomen. 

Doelbereik en regeldruk onvoldoende in beeld

De toelichting benoemt verder dat de invoering van een energieprestatie-eis voor huurwoningen effectief bijdraagt aan de vermindering van de Nederlandse CO₂-uitstoot en een geschikte en proportionele maatregel is in het kader van de duurzaamheidsopgave. De beoogde CO₂-vermindering zou alleen wel in een streefcijfers benoemd moeten worden. 

Werkbaarheid en haalbaarheid maatregel onzeker

De onderbouwing van de werkbaarheid van het voorstel kan op verschillende punten beter. Zo zou aannemelijk moeten worden gemaakt dat er voldoende personeel in de bouwsector beschikbaar is om de benodigde verduurzamingsmaatregelen op grote schaal uit te kunnen voeren. Ook wordt nog niet duidelijk wat de rechten en plichten zijn van zowel verhuurders als huurders. De eventuele aanpassing van de huurrechtelijke kaders krijgt pas vorm in een afzonderlijk traject. 

Regeldrukanalyse

Ook bij de analyse van de regeldruk zijn meerdere aandachtspunten. Een duiding van de totale investeringskosten ontbreekt. Ook houdt het voorstel geen rekening met kosten die eventueel optreden als een huurder tijdelijk ergens anders moet wonen in het geval een ingrijpende renovatie nodig is. Ook zijn de kosten voor verhuurders (en huurders) niet volledig in beeld gebracht. Dit maakt onderbouwde besluitvorming over de effectiviteit en de proportionaliteit van het voorste moeilijk.

De formele titel van het voorstel luidt Wijziging Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met de uitfasering van energielabel E, F, en G bij huurwoningen