De berekeningsgrondslag voor de bijdrage in de kosten van het mediatoezicht wijzigt. De bijdrage zal worden gebaseerd op onder meer de relevante omzet van bedrijven. Het is niet duidelijk of die wijziging werkbaar is, omdat niet duidelijk is welk deel van de omzet als relevant moet worden beschouwd. De regeling is onvoldragen. Dat schrijft het Adviescollege toetsing regeldruk in zijn advies aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Inhoud en context

De minister van OCW stelde in 2012 vast dat commerciële media-instellingen moesten bijdragen in de kosten voor het toezicht. De bijbehorende berekeningswijze onderscheidde verschillende soorten mediadiensten (zoals televisie en online mediadiensten) en hanteerde verschillende tarieven voor die mediadiensten. De destijds vastgestelde criteria voldoen niet meer vanwege het sterk veranderde medialandschap. Daarom stelt de minister een nieuwe berekeningswijze voor, gebaseerd op de omzet van de instelling.

Werkbaarheid

De commerciële media-instellingen geven zelf die omzet op. De afbakening van welke omzet wel, en welke omzet niet, wordt gerekend tot de totale relevante omzet, is niet geheel duidelijk. De regeling is daarmee niet werkbaar en moet verder worden doordacht. De minister moet de regeling verduidelijken.

Regeldruk

In de toelichting bij de regeling is de regeldruk deels in beeld gebracht. De regeldruk moet vollediger worden beschreven en berekend. Zo moet ook de regeldruk in het scenario waarin de afbakening van de relevante omzet onduidelijk blijft, en de daarmee gepaard gaande toelichtingsproblemen, in kaart worden gebracht.