Herziening van het pachtstelsel is nodig omdat het huidige stelsel leidt tot een sterke toename van kortlopende, geliberaliseerde pacht. Hierdoor investeren pachters minder in bodemkwaliteit en verduurzaming, terwijl de onzekerheid over voortzetting van het bedrijf toeneemt. De herziening is goed onderbouwd. Dit schrijft ATR in een advies aan de staatssecretaris van LVVN de heer Erkens.

Met de nieuwe wetgeving worden langdurige pachtvormen aantrekkelijker en wordt kortlopende pacht ontmoedigd

De voorgestelde modernisering moet zorgen voor meer zekerheid, meer ruimte voor investeringen en een toekomstbestendige landbouwsector. Belangrijke elementen van de herziening zijn:
•    Introductie van standaardpacht: een vaste looptijd van minimaal 24 jaar, met vrije prijsstelling en jaarlijkse aanpassing via AMvB.
•    Nieuwe kortlopende pacht: maximaal 12 jaar, met prijsbeheersing om excessen te voorkomen.
•    AOW-toets: waarborg dat pachtgrond bedrijfsmatig wordt gebruikt door pachters die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.

Nut en noodzaak zijn duidelijk

De toelichting geeft helder weer dat de huidige pachtregeling leidt tot een steeds groter aandeel van de kortlopende, geliberaliseerde pacht. Ook is de toelichting helder over waarom deze ontwikkeling onwenselijk is.  Zonder aanpassing van het wettelijke kader zal het aandeel kortlopende, geliberaliseerde pacht niet afnemen. Hiermee is voldoende onderbouwd waarom aanpassing van de pachtregeling nuttig en noodzakelijk is. 

Werkbaarheid en regeldruk

De nieuwe pachtregeling leidt niet tot een significante wijziging in de regeldruk met uitzondering van de agrarische bedrijfsmatigheidstoets. Die verplicht de pachter om bij het bereiken van de AOW- gerechtigde leeftijd aan te tonen dat hij zijn onderneming bedrijfsmatig voert. Veelal zullen documenten die toch al aanwezig zijn binnen de onderneming, hiervoor voldoende zijn. De beperkte toename van de regeldruk lijkt daarmee verdedigbaar.
In het overgangsrecht is voorzien. De voorgestelde regeling is besproken met vertegenwoordigers van zowel pachters als verpachters en met diverse belangenorganisaties. Werkbaarheid en regeldruk zijn daarmee voldoende in kaart gebracht.