Het kabinet schrapt definitief de verplichting om het BIG-nummer te vermelden op de professionele website en in de e-mailondertekening formeel. De afgelopen jaren werd deze verplichting al niet gehandhaafd. Nu wordt deze wijziging geformaliseerd. Dit schrijft ATR in zijn advies aan de minister van VWS.
Proportionaliteit anders gewogen
Sinds 1 januari 2021 geldt voor beroepsbeoefenaren met een BIG-registratie dat zij het nummer van hun registratie kenbaar moeten maken op de professionele website en in de e-mailondertekening, of als een burger hier om vraagt. Diverse verplichtingen tot vermelding van het BIG-nummer zijn in het verleden aangepast of vervallen, o.a. vanwege hoge administratieve lasten en uitvoeringsvragen. Zo zijn eerdere verplichtingen tot vermelding van het BIG nummer op briefpapier, facturen en in de wachtruimte vervallen (in lijn met eerdere ATR-advisering). Ook over de resterende verplichtingen om BIG op professionele website en in emailondertekening te vermelden zijn vragen gerezen over de doelmatigheid en proportionaliteit. Toezicht op naleving van deze verplichtingen is daarom nooit tot stand gekomen. Deze verplichting worden met voorliggend besluit nu formeel geschrapt. Dat betekent dat alleen nog de verplichting voor beroepsbeoefenaren tot het mededelen van het BIG-nummer op verzoek van een burger blijft bestaan.
De destijds geraamde eenmalige administratieve lasten bedroegen circa € 2,8 miljoen. Met het schrappen van de verplichting om het BIG-nummer op de website en in de emailondertekening bekend te maken, hoeven zorgverleners deze eenmalige regeldrukkosten niet meer te maken. Het college merkt daarbij wel op dat ze dit mogelijk in veel gevallen al wel hebben gedaan.
De formele titel van het voorstel luidt: Verzamelbesluit Wet BIG