Het proces om een pandrecht te vestigen is verouderd. Daarom moderniseert het kabinet dat proces. Het wetsvoorstel onderbouwt voldoende waarom modernisering nodig is en welke positieve gevolgen dat heeft voor de regeldruk. Dat schrijft het Adviescollege toetsing regeldruk in een brief aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV).

Context

Banken kunnen krediet verstrekken en daarbij bedingen dat bepaalde goederen als onderpand dienen. Dit zogeheten ‘pandrecht’ wordt nog altijd geregistreerd door papieren te sturen naar de Belastingdienst in Rotterdam. Na invoering van het wetsvoorstel hoeft dat niet meer.

Inhoud wetsvoorstel

Straks is een digitaal tijdstempel voldoende om het pandrecht te registreren. Die digitale tijdstempel kan ook buiten kantoortijden worden gezet. Omdat banken graag het eerste stempel hebben, ontstaat mogelijk een praktijk waarbij medewerkers te allen tijde pandrechten moeten kunnen registreren. Het wetsvoorstel voorkomt dit door bepaalde pandrechten te kunnen vestigen voordat de vordering daadwerkelijk bestaat.

Nut en noodzaak

De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel beschrijft dat het papieren proces bij de Belastingdienst niet duurzaam is en niet toekomstbestendig. Om die reden introduceert het wetsvoorstel een digitaal tijdstempel. Dat komt ook tegemoet aan de wensen van betrokken partijen.

Werkbaarheid en regeldruk

Bij het opstellen van het wetsvoorstel zijn veel partijen betrokken. Zij zijn positief over de aanpassingen in het pandrecht. Tot slot brengt de memorie van toelichting duidelijk in beeld wat de gevolgen zijn voor de regeldruk. De regeldruk daalt, omdat het papieren proces kosten met zich brengt, die straks niet meer hoeven te worden gemaakt.

De formele titel van het wetsvoorstel is Wet modernisering pandrecht en cessie.