Het kabinet heeft de toelichting bij de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling aangepast. Toch blijft het nut van de regeling onvoldoende onderbouwd. Ook ontbreekt een afweging van afgewogen alternatieven. Onderbouwde besluitvorming blijft hierdoor lastig. Dat schrijft ATR in een aanvullende zienswijze aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Eerste advies

ATR adviseerde in maart 2026 over het eerste kabinetsvoorstel voor een landelijke vrijwillige beëindigingsregeling. De toelichting bij dat voorstel maakte onvoldoende duidelijk voor hoeveel ammoniakreductie het voorstel zou zorgen. Ook was onduidelijk wanneer de regeling haar doel had bereikt. De afweging van minder belastende alternatieven ontbrak. Wel was de werkbaarheid van de regeling voldoende duidelijk. Ook de regeldruk was volgens de Rijksbrede afspraken in beeld gebracht.

Aanvullende zienswijze

De aangepaste versie geeft deels opvolging aan de adviespunten van ATR, maar neemt de kritiek niet weg. Er is een inschatting van de gewenste ammoniakreductie toegevoegd. Onduidelijk blijft wanneer de regeling zijn doel heeft bereikt. Daarnaast is nog niet onderbouwd waarom de regeling kostenefficiënt is. Tot slot ontbreekt een afweging van minder belastende alternatieven. 

De formele titel van de regeling luidt Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor het sluiten van veehouderijlocaties voor de reductie van ammoniakemissie (Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties).