Het kabinet wijzigt de fiscale behandeling van UWV-uitkeringen die door werkgevers worden uitbetaald. Bij de toelichting op het voorstel kan nog worden aangevuld door aandacht te besteden aan de communicatie aan werkgevers over de wijzigingen. Ook de berekening van de regeldruk vraagt op een enkel punt om meer toelichting. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Financiën.
Ongelijke behandeling beëindigd met dit voorstel
De voorgestelde aanpassing van de samenvoegbepaling, is het directe gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad van 15 november 2024. Samenvoegbepaling heeft betrekking op betekent dat de Belastingdienst twee inkomens samen als één bedrag behandelt voor de loonheffing, bijvoorbeeld loon en een uitkering via de werkgever. De Hoge Raad oordeelde dat het verschil in fiscale behandeling tussen uitkeringen die rechtstreeks door het UWV worden betaald en uitkeringen die via de werkgever lopen, in strijd is met het discriminatieverbod. Tegen die achtergrond is de noodzaak van ingrijpen gegeven. Met het voorstel wordt deze ongelijke behandeling beëindigd
Voorlichting verantwoordelijkheid van de overheid
De aanpassing van de samenvoegbepaling heeft financiële gevolgen voor ongeveer 11 duizend werknemers. Hoewel deze inkomenseffecten niet rechtstreeks onder het toetsingskader van ATR vallen, zijn zij wel van belang voor de uitvoerbaarheid en de ervaren belasting van het voorstel. Het is daarom van belang dat de overheid de betrokken werknemers tijdig, actief en begrijpelijk informeert over de gevolgen van de maatregel. Het ligt niet voor de hand deze voorlichtingslast in overwegende mate bij werkgevers neer te leggen.
Regeldruk
De regeldrukeffecten van het voorstel zijn in de toelichting in beeld gebracht en blijven beperkt. De introductie van de eindheffing voor de eenmalige WIA-vergoeding leidt niet of nauwelijks tot extra administratieve lasten. De aanpassing van de samenvoegbepaling brengt wel extra handelingen mee voor werkgevers, omdat loon en uitkering voortaan afzonderlijk moeten worden geadministreerd en aangegeven. Eenmalig bedraagt deze maximaal € 900.000 en structureel maximaal € 400.000 voor de werkgevers. Hierbij is het onduidelijk of de aanpassingskosten voor het aanpassen van loonadministratiesoftware hier onderdeel van zijn.
Formele titel luidt: Wijziging ‘Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van (datum) tot wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990’