De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt wordt gefinancierd op basis van leges. Uitzendbureaus moeten, om de hoogte van de leges voor hen te bepalen, gegevens aanleveren waar de overheid al over beschikt. Deze keuze is ingegeven vanwege privacyoverwegingen. Het is minder belastend om deze gegevens tussen overheidsorganisaties uit te wisselen. Het is raadzaam om dat te doen. Dat adviseert het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Context

Om misstanden bij uitzendbureaus te voorkomen is een toelatingsstelsel (de facto een vergunningsstelsel) geïntroduceerd. De bekostiging van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, welke verantwoordelijk is voor de toelating, gebeurt op basis van leges. Zowel uitleners als inspectie-instellingen moeten leges betalen. Voorliggende voorstellen werken de systematiek verder uit. 

Onwenselijke (eerdere) keuze

Uitleners moeten eenmalig een vaste vergoeding betalen voor de behandeling van de aanvraag tot een toelating, en jaarlijks voor het behoud van een toelating (ook wel: jaarbijdrage), waarbij de hoogte van de jaarbijdrage wordt bepaald op basis van de grootte van de onderneming of rechtspersoon. De keuze om de jaarbijdrage te laten afhangen van de grootte van de onderneming of rechtspersoon is vanuit regeldrukperspectief onwenselijk. Het zorgt ervoor dat de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt structureel gegevens nodig heeft van de toegelaten uitleners om de hoogte van de vergoeding vast stellen. Werken met één vaste vergoeding zou eenvoudiger zijn. De keuze om de hoogte van de jaarbijdrage te bepalen op basis van de grootte van de onderneming of rechtspersoon is echter al gemaakt en staat daarom niet meer ter discussie bij de weging van de voorliggende voorstellen. 

Voorkomen onnodige regeldruk

De hoogte van de jaarbijdrage voor uitleners is afhankelijk gemaakt van de totale omzet. Daarbij valt op dat gebruik zal worden gemaakt van omzetgegevens van uitzendbureaus welke zij zelf moeten aanleveren. Privacyoverwegingen zijn aanleiding om omzetgegevens, waar de overheid (grotendeels) al over beschikt, niet uit te wisselen tussen uitvoeringsorganisaties. Een oplossing voor dit vraagstuk is het creëren van een grondslag zodat uitvoeringsorganisaties gegevens wel uit kunnen wisselen. Door te kiezen voor deze oplossing wordt mogelijk ruim € 1,1 miljoen onnodige regeldruk voorkomen.

Werkbaarheid 

De bewijsstukken op basis waarvan de jaarbijdrage wordt vastgesteld, worden opgenomen in een latere ministeriële regeling. Vanuit werkbaarheidsperspectief is het wenselijk om nu al zoveel mogelijk duiding te geven aan het begrip omzet, zodat discussies over interpretatieverschillen voorkomen kunnen worden. 

De formele titels van de voorstellen zijn Wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met enkele wijzigingen van technische aard en Wijziging van de Regeling Waadi in verband met eisen over gelijkwaardige beloning en enkele wijzigingen van technische aard.