Het kabinet wil telecomaanbieders verplichten om gegevens te leveren aan de politie als deze zoekt naar vermiste personen. De regeldrukgevolgen van het wetsvoorstel zijn onvoldoende onderbouwd. Dat schrijft het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) in een advies aan de minister van Justitie en Veiligheid (JenV).

Context en inhoud

Soms wordt een persoon vermist terwijl er aanwijzingen zijn dat de veiligheid of gezondheid van die persoon in gevaar is. Dat zijn de zogenoemde ‘urgente vermissingen’. Aan de hand van telefoongegevens kan dan bijvoorbeeld worden bepaald waar de persoon is. Uit een politieanalyse blijkt dat dergelijke informatie in veel gevallen helpt om de vermiste persoon snel te vinden.

In de huidige situatie leveren de telecommunicatieaanbieders vrijwillig de gegevens aan als de politie daar om vraagt. Dit wetsvoorstel zet die vrijwilligheid om in een verplichting. Verder stelt de toelichting bij het wetsvoorstel vast dat het verstrekken van telefoongegevens een grote inbreuk kan zijn op de grondrechten van de betrokkene. Het wetsvoorstel voorziet in een juridische grondslag voor die inbreuk.

Beoordeling ATR

ATR constateert dan nut en noodzaak voldoende zijn onderbouwd en dat er geen minder belastende alternatieven voorhanden zijn. De telecommunicatieaanbieders zijn bekend met het leveren van gegevens (bijvoorbeeld bij strafrechtelijke onderzoeken) en verwachten dan ook dat medewerking aan de politie niet problematisch is. De regeldruk is nog niet voldoende in beeld. De regeldrukparagraaf moet daarom aangevuld.

De formele titel van het wetsvoorstel is Wet urgente persoonsvermissingen.