Bedrijven worden in de toekomst strenger verplicht om energie te besparen. Zo wil het kabinet meer besparingsmaatregelen verplichten door de wettelijke terugverdientijd te verlengen van vijf naar zeven jaar. Met name die maatregel is kostbaar: het dwingt het bedrijfsleven tot aanvullende investering van 1 miljard euro. Dat terwijl de noodzaak van de strengere verplichtingen in het wetsvoorstel onvoldoende wordt onderbouwd. Bij de huidige maatregelen is nog ruimte de effectiviteit te vergroten. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG). 

Context

De bestaande energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen - met een terugverdientijd van 5 jaar of minder - uit te voeren. Ook moeten zij aan de overheid rapporteren over hoe zij aan deze plicht voldoen. Met het wetsvoorstel wil het kabinet het aantal verplichte maatregelen vergroten met als doel verdere CO2-reductie. Tegelijk wil het kabinet de regels doelmatiger, uitvoerbaarder en beter handhaafbaar te maken en waar mogelijk de regeldruk te verlagen.   

Verlichting

De regels worden minder belastend gemaakt door de doelgroep van de onderzoeksplicht kleiner te maken. Ook hoeven bedrijven geen onderzoeksplichtrapportage meer te maken. Verder verschuift de informatieplicht voor procesmaatregelen van de verhuurder naar de huurder, zodat degene die de maatregelen moet nemen daar ook zelf over rapporteert.  

Per saldo worden de lasten voor bedrijven echter veel groter. Dat komt doordat het kabinet de terugverdientijdgrens verhoogt van vijf naar zeven jaar. Hierdoor worden meer energiebesparende maatregelen verplicht. Deze wijziging verplicht bedrijven tot extra investeringen in energiebesparende maatregelen. Het gaat om circa € 1 miljard aan initiële investeringen. In het voorstel wordt onvoldoende onderbouwd waarom deze aanscherping nu noodzakelijk is. Daardoor is niet te beoordelen of de forse regeldrukkosten proportioneel is.

Verbeter werking bestaande plicht 

Uit evaluaties van de energiebesparingsplicht blijkt dat de bestaande plicht nog belangrijke knelpunten kent. Zo blijft de naleving achter, rapportages zijn complex en niet altijd goed bruikbaar voor toezicht, en de bijdrage van de bestaande plicht aan extra CO₂-reductie is onvoldoende aantoonbaar. Het verbeteren van de huidige plicht ligt meer voor de hand dan een nieuwe en voor bedrijven dure strengere verplichting opleggen. Pas daarna kan worden beoordeeld of een verdere aanscherping van de terugverdientijd proportioneel en werkbaar is. 

De formele titel van het voorstel luidt Actualisatie energiebesparingsplicht 2027