Het kabinet verlaagt de vermogensgrens voor de zorgtoeslag per 1 januari 2028. Uit het voorstel blijkt niet of er minder belastende alternatieven zijn overwogen. Ook de werkbaarheid voor burgers is niet toegelicht en de regeldruk is onvoldoende uitgewerkt. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het voorstel is getoetst op nut en noodzaak, minder belastende alternatieven, werkbaarheid en regeldruk. Het advies luidt om het voorstel niet in te dienen of vast te stellen, tenzij met de adviespunten rekening wordt gehouden.

Context
Het kabinet wil de zorgtoeslag gerichter inzetten voor huishoudens die deze ondersteuning het meest nodig hebben. Huishoudens met een vermogen boven de nieuwe grens worden geacht de zorgpremie en het eigen risico zelf te kunnen dragen. Huishoudens met een vermogen boven de nieuwe grens verliezen daardoor het recht op zorgtoeslag. Naar verwachting raakt het voorstel circa 200.000 huishoudens.
Minder belastende alternatieven
Nut en noodzaak van het voorstel zijn voldoende onderbouwd. De toelichting schiet echter op belangrijke onderdelen nog tekort. Zo is onvoldoende inzichtelijk gemaakt of minder belastende alternatieven zijn onderzocht. PM DIT VRAAGT OM IETS MEER UITLEG.
Werkbaarheid onduidelijk
Ook vraagt de werkbaarheid voor burgers nadere uitwerking. De maatregel veronderstelt dat burgers tijdig begrijpen dat hun vermogen gevolgen heeft voor hun recht op zorgtoeslag, dat zij weten welk vermogen meetelt en dat zij op tijd handelen. Dit is relevant omdat fouten kunnen leiden tot terugvorderingen.
Regeldruk
De regeldrukgevolgen zijn nog niet volledig in beeld gebracht. De toelichting bevat wel een eerste inschatting van de tijd die burgers nodig hebben om kennis te nemen van de wijziging en hun toeslag stop te zetten. Een totaalbeeld van de regeldruk in uren en kosten ontbreekt echter nog.
De volledige titel van het voorstel luidt Wijziging Zorgverzekeringswet (Zvw) m.b.t. zorgtoeslag i.v.m. het verlagen van de vermogensgrens 2028