Met dit besluit wordt de bestaande regeling uit 2014 aangepast. Voortaan geldt een verbod op het doden van gehouden dieren voor alle gehouden zoogdieren, ganzen en loopvogels.

Met de nieuwe regelgeving wordt het beschermingsniveau voor alle gehouden zoogdieren, ganzen en loopvogels gelijkgetrokken en strenger

Het verbod op het doden van gehouden dieren gold eerst alleen voor katten, honden en ganzen. Dit wordt met dit besluit uitgebreid naar alle zoogdieren, loopvogels en ganzen. Dit verbod geldt altijd tenzij is voorzien in een wettelijk vastgelegde uitzondering. Die uitzonderingen zijn voorzien voor dierentuinen en -parken, dierenspeciaalzaken en groothandels en fokkers van amfibieën en reptielen en voor defensie voor zover het (laten) slachten noodzakelijk is voor trainingssituaties. Er is geen uitzondering voor dieren die particulier worden gehouden.

Nut en noodzaak zijn duidelijk

In de Wet dieren (art 2.10) staat dat het verbod op het doden van gehouden dieren in lagere wetgeving moet worden uitgewerkt. In 2014 is dit beperkt ingevoerd. Met het huidige besluit wordt het verbod verder uitgewerkt.

Met dit besluit worden deze dieren ook erkent als wezens met een eigen gevoel en zelfstandige waarde, los van de waarde die het dier heeft in relatie tot de mens (Wet dieren art. 1.3).

Werkbaarheid en regeldruk

De gevolgen van het besluit voor de werkbaarheid zijn nog onvoldoende duidelijk. Onderzoek naar de werkbaarheid en handhaafbaarheid loopt nog. Het college adviseert dan ook om een definitieve versie van het besluit pas voor te leggen voor besluitvorming in het kabinet als er duidelijkheid is over de uitkomsten van dit onderzoek. De regelruk is juist berekend.

Oorspronkelijke titel voorstel: Besluit houders van dieren vanwege uitbreiding van de diercategorieën waarop het verbod tot doden van toepassing is.