Het kabinet wil de vermogensgrens voor zorgtoeslag per 1 januari 2028 verlagen. Dit voorstel raakt naar verwachting 200.000 huishoudens. In een nieuwe versie van het voorstel heeft het kabinet de onderbouwing bij de verlaging nog steeds onvoldoende uitgewerkt. Dat schrijft ATR in een aanvullende zienswijze aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Eerste advies

In juli 2026 gaf ATR een negatief advies over het voorstel verlaging vermogensgrens zorgtoeslag. De toelichting bij dat voorstel gaf onvoldoende inzicht in de keuze voor de specifieke vermogensgrens, de werkbaarheid van de maatregel en de regeldrukgevolgen.

Aanvullende zienswijze

In een nieuwe versie van het voorstel heeft het kabinet (in een week tijd) een aantal aanpassingen gedaan. Helaas bevat deze versie nog altijd geen duidelijke onderbouwing voor de keuze van de betreffende vermogensgrens, de werkbaarheid van de maatregel en de regeldrukgevolgen. ATR constateert dat aan 1 van de 5 adviespunten voldoende opvolging is gegeven.

Nieuwe vermogensgrens

Uit de toelichting blijkt nog steeds niet voldoende waarom is gekozen voor een (nieuwe) vermogensgrens gelijk aan het heffingsvrij vermogen. In de gewijzigde toelichting is weliswaar aandacht besteed aan voor wie deze vermogensgrens tot complexiteit leidt, maar de meer fundamentele vraag waarom voor deze vermogensgrens is gekozen, blijft onbeantwoord.

Werkbaarheid en regeldruk

In de gewijzigde toelichting is meer aandacht besteed aan de communicatie naar burgers. Alleen blijkt nog steeds niet duidelijk of die communicatie ook effectief is. Hiervoor is onder meer inzicht nodig in de kenmerken van de groep die je wil en moet bereiken. Dat ontbreekt in de toelichting. Ook is niet duidelijk hoe ervoor wordt gezorgd dat de vermogensgrens niet te vaak wijzigt. Tot slot zijn er nog wat aandachtpunten in de regeldrukparagraaf.

De formele titel van het voorstel is: Wijziging van de Wet op de zorgtoeslag in verband met het verlagen van de vermogensgrens