Het wetsvoorstel Wet verbeterde implementatie kaderrichtlijn water wijzigt de Omgevingswet op een aantal onderdelen. Het voorstel volgt onder meer uit een inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Nederland. Volgens de Europese Commissie is de verplichting vergunningen voor lozingsactiviteiten en wateronttrekkingsactiviteiten periodiek te beoordelen onvoldoende in de Nederlandse regelgeving vastgelegd. Daarnaast bevat het wetsvoorstel grondslagen voor het landelijk stellen van beoordelingsregels voor decentraal afgegeven vergunningen. De meerwaarde van een landelijk kader wordt niet toegelicht in de toelichting bij het wetsvoorstel.  

Toegevoegde waarde landelijk kader onvoldoende duidelijk

ATR vindt dat de toelichting onvoldoende duidelijk maakt waarom een landelijk kader noodzakelijk is. Zo wordt niet inzichtelijk gemaakt waarom provincies en waterschappen niet zelfstandig aan de eisen uit de kaderrichtlijn water kunnen toetsen. Ook ontbreekt informatie over de verschillen tussen de bestaande decentrale regels en de knelpunten die hierdoor in de praktijk ontstaan. Daarnaast is niet duidelijk hoeveel omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en andere decentrale regels zonder een landelijk kader zouden moeten worden aangepast. ATR adviseert daarom het nut en de noodzaak van het landelijke kader nader te motiveren.

Verhouding tussen landelijke en decentrale regels

Volgens de toelichting vervangt het landelijke kader de decentrale regels niet volledig. Provincies en waterschappen kunnen aanvullende regels blijven toepassen. Hierdoor kunnen bedrijven en bevoegde gezagen voor dezelfde vergunning met zowel landelijke als decentrale regels te maken krijgen. Het is nog onvoldoende duidelijk hoe deze kaders zich tot elkaar verhouden. Dit kan leiden tot extra regeldruk. ATR vraagt daarom bij de uitwerking van de lagere regelgeving bijzondere aandacht voor de samenloop tussen beide kaders. Ook moet worden voorkomen dat bedrijven dezelfde gegevens meerdere keren moeten aanleveren. Gegevens die al beschikbaar zijn, moeten waar mogelijk opnieuw kunnen worden gebruikt.

Werkbaarheid en regeldruk nog niet te beoordelen

De belangrijkste gevolgen van het wetsvoorstel worden pas zichtbaar bij de uitwerking van de lagere regelgeving. Daardoor kunnen de werkbaarheid en de regeldrukgevolgen nu nog niet volledig worden beoordeeld. ATR vindt het daarom belangrijk dat bedrijven actief worden betrokken bij de voorbereiding van deze regelgeving. Daarbij moet onder meer worden gekeken naar de beoordelingscriteria, de frequentie van de herbeoordelingen en de voorwaarden waaronder bestaande vergunningen kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.

ATR adviseert het wetsvoorstel in te dienen nadat met de adviespunten rekening is gehouden. De formele titel van het voorstel is Regels tot wijziging van de Omgevingswet ter verbetering van de implementatie van de kaderrichtlijn water en implementatie van wijzigingsrichtlijn 2026/805 (Wet verbeterde implementatie kaderrichtlijn water).