Het kabinet wil de administratieve lasten voor werkgevers beperken bij het verlengen van arbeidsovereenkomsten. Door beter aan te sluiten bij de administratieve praktijk kan een belangrijk deel van de eerder geraamde regeldruk worden voorkomen. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Minder administratieve lasten

Nu nog moet voor elke afzonderlijke arbeidsovereenkomst een aparte inkomstenverhouding in de loonaangifte worden aangemaakt. In de praktijk betekent dit dat bij elke contractverlenging een nieuwe administratieve registratie nodig is, ook wanneer een werknemer hetzelfde werk blijft doen. Straks hoeft er alleen wanneer er minimaal één dag tussen zit, een nieuwe registratie worden gemaakt. Volgens de toelichting daalt hierdoor de eenmalige regeldruk van een theoretische € 5,5 miljard naar ongeveer € 8,6 miljoen.

Betere aansluiting bij de praktijk

Met deze aanpassing sluit de systematiek van de inkomstenverhouding beter aan bij de manier waarop werkgevers arbeidsovereenkomsten administreren. Tegelijkertijd wordt het detailniveau in de polisadministratie beperkter dan in het oorspronkelijke Besluit IKV. Het is daarom van belang dat duidelijk wordt gemaakt welke kwaliteits- en handhavingsopbrengsten van het oorspronkelijke stelsel na deze aanpassing overeind blijven.

Proportionaliteit beter onderbouwen

Daarnaast worden de regeldrukkosten afgezet tegen een theoretische situatie waarin alle dienstverbanden strikt administratief zouden moeten worden opgesplitst. Dat scenario laat zien hoeveel regeldruk met het wijzigingsbesluit wordt voorkomen. Voor een goed beeld van de proportionaliteit van het voorstel is het volgens ATR ook wenselijk om inzichtelijk te maken wat werkgevers in de praktijk moeten doen om de nieuwe regels toe te passen en welke regeldruk daarbij resteert.

ATR adviseert om de toelichting op deze punten te verduidelijken.

De formele titel van het voorstel luidt: Wijzigingsbesluit IKV.