De implementatie van een Europese richtlijn zorgt ervoor dat verzekeraars zich goed voorbereiden op eventuele crisisscenario’s. Bij die implementatie krijgt DNB bevoegdheden om het voorbereidend crisisplan van verzekeraars te toetsen. Deze bevoegdheden zijn ruimer en met minder procedurele waarborgen voor verzekeraars omgeven dan volgt uit de Europese richtlijn. Dit kan de werkbaarheid in de praktijk in de weg zitten. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Financiën.

Europese richtlijn

Verzekeraars die in financiële problemen verkeren of zelfs omvallen, kunnen een grote impact hebben op het financiële stelsel en op de mensen die bij hen verzekerd zijn. Om verzekeraars aan te zetten zich goed voor te bereiden op een crisissituatie, is er in Europees verband een richtlijn gemaakt. In die richtlijn staat onder meer de verplichting tot het opstellen van een voorbereidend crisisplan voor verzekeraars. 

Werkbaarheid

Bij de implementatie van die richtlijn kiest het kabinet ervoor De Nederlandse Bank (DNB) als bevoegd aan te wijzen om de crisisplannen te toetsen. De beoordelings-ruimte die DNB op grond van het Implementatiebesluit krijgt, is groter dan de Eu-ropese richtlijn bepaalt. Ook zijn niet alle procedurele waarborgen duidelijk overge-nomen. Dit komt de werkbaarheid voor verzekeraars niet ten goede. ATR adviseert om de grenzen van de bevoegdheid te verduidelijken.   

Regeldruk

De ruimere bevoegdheden die de DNB met dit voorstel lijkt te krijgen, betekent dat de regeldruk voor de betreffende verzekeraars mogelijk onnodig hoog wordt. Een duidelijke inperking van de bevoegdheid kan dit voorkomen.
Volledige titel van het voorstel: Besluit tot wijziging van het Besluit prudentiële re-gels Wft en het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft in verband met implementatie Richtlijn herstel en afwikke-ling verzekeraars.