Vrachtwagen- en buschauffeurs moeten 35 uur nascholing in vijf jaar volgen om hun beroepsmatige rijbevoegdheid te behouden. Voor bepaalde groepen geldt een vrijstelling van deze verplichting. Onduidelijk is waarom deze vrijstelling voor bepaalde bedrijven wel geldt en voor andere niet. Dit zorgt voor een ongelijke situatie en onnodig belastende regeldruk. Het gelijktrekken van de vrijstellingsvoorwaarden neemt onduidelijkheid weg en verlaagt de (ervaren) regeldruk. Ook de invulling van de nascholingscursussen kan kosteneffectiever door bijvoorbeeld nascholing tijdens praktijkritten mogelijk te maken. Dit schrijft ATR in een advies naar aanleiding van een regeldruksignaal aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Uniforme vrijstellingsbepaling in Europese regelgeving
Vrachtwagenchauffeurs die minder dan 12 uur per week rijden voor vervoer van materiaal zijn vrijgesteld van de nascholingsverplichtingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor fastfood-trucks en kersmisexploitanten. Als het voertuig wordt gebruikt voor het afleveren van producten bij klanten geldt deze vrijstelling niet. Voor de verkeersveiligheid en vakbekwaamheid van de chauffeur lijken de situaties gelijk. Om deze reden is het volgens ATR passender als de vrijstellingsbepaling uniform wordt toegepast en voor alle situaties gelijk is. Hiervoor is aanpassing van de Europese regels noodzakelijk. ATR adviseert daarom bij de Europese Commissie aan te dringen op wijziging gericht op een uniforme vrijstellingsbepaling.
Lastenluwe implementatie vrijstellingsbepaling in Nederland
De vrijstelling van de nascholingsverplichting geldt in Nederland als de bestuurder minder dan 12 uur per week rijdt. Daarbij mag het niet gaan om een gemiddelde per week. De Europese regels staan het werken met een gemiddelde wel toe. Daarmee is het bijvoorbeeld mogelijk dat in een week 8 uur en in een andere week 16 uur wordt gereden door een vrachtwagenchauffeur, zonder dat aan de nascholingsplicht moet worden voldaan. Aanpassing van de vrijstellingsbepalingen maakt meer flexibiliteit voor bedrijven en chauffeurs mogelijk. Bijvoorbeeld om in drukkere periodes een beroep te doen op tijdelijke chauffeurs of iets meer ritten te maken in een week. ATR adviseert daarom de Nederlandse vrijstellingsbepalingen te wijzigen.
Nascholing tijdens praktijkritten
Chauffeurs volgen nascholing vaak op locatie bij een opleidingsinstituut. Dit kost tijd en geld. Het kan efficiënter en effectiever als een chauffeur nascholing kan volgen tijdens praktijkritten. Bijvoorbeeld als een trainer met de chauffeur meerijdt en feedback verzorgt bij praktijksituaties. Op dit moment loopt een pilot met deze vorm van nascholing tijdens praktijkuren. De eerste ervaringen daarmee zijn positief. Het college adviseert daarom deze vorm van nascholing breder toepasbaar te maken. Dit kan chauffeurs en bedrijven tijd en geld besparen.