Het kabinet wil met een in- en uitleenverbod de positie van arbeidskrachten in de vleessector verbeteren en misstanden tegengaan. De toelichting bij het voorstel maakt niet duidelijk hoe voorkomen kan worden dat misstanden zich verplaatsen naar andere arbeidsconstructies. Ook blijft onduidelijk in hoeverre een verplicht aandeel werknemers in rechtstreekse dienst een minder belastend alternatief kan zijn. En in hoeverre strengere handhaving een minder belastende optie is. Daarbij is niet voldoende onderzocht of het in- en uitleenverbod voor de bonafide bedrijven leidt tot een werkbare bedrijfsvoering. Dat schrijft ATR aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Misstanden vleessector

De Arbeidsinspectie constateert al langer misstanden in de vleessector. Met name bij de inzet van uitzendkrachten, onder wie arbeidsmigranten, gaat veel mis. Het kabinet wil daarom een sectoraal in- en uitleenverbod invoeren. Daarmee mogen uitzendbureaus geen arbeidskrachten meer ter beschikking stellen aan vleesbedrijven en mogen deze bedrijven geen uitzendkrachten meer inlenen.

Uitwijkmogelijkheden

In de toelichting op het voorstel maakt het kabinet voldoende aannemelijk dat sprake is van ernstige en structurele misstanden. Vraag blijft of een volledig in- en uitleenverbod daadwerkelijk tot betere naleving van arbeidswetten gaat leiden. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld uitwijken naar zzp, contracting of buitenlandse constructies. Het college adviseert daarom inzichtelijk te maken hoe wordt voorkomen dat de geconstateerde misstanden zich naar andere arbeidsconstructies verplaatsen.

Minder belastende alternatieven

Het kabinet heeft verschillende alternatieven voor een volledig verbod onderzocht. Eén daarvan is bedrijven te verplichten een bepaald percentage van hun personeel rechtstreeks in dienst te nemen. Voor het resterende deel zou externe inhuur mogelijk blijven. Er is nog onvoldoende onderbouwd waarom dit geen toereikend en minder belastend alternatief kan zijn. Ook de optie van strenger toezicht is niet voldoende toegelicht, een optie waar ATR ook in eerdere adviezen op heeft gewezen.  Het college adviseert daarom dit nader te onderzoeken en de keuze voor een volledig in- en uitleenverbod beter te onderbouwen.

Werkbaarheid en regeldruk

Bedrijven met minder dan 20 arbeidskrachten worden uitgezonderd van het verbod. Volgens de toelichting zetten kleinere bedrijven uitzendkrachten vooral incidenteel in, bijvoorbeeld bij ziekte of piekbelasting. Grotere bedrijven kunnen na invoering van het verbod onder meer gebruik blijven maken van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en andere toegestane vormen van flexibiliteit. Het college adviseert na te gaan of het in- en uitleenverbod voor de bonafide uitleners en bedrijven leidt tot een werkbare bedrijfsvoering.

De regeldrukgevolgen zijn uitgebreid in beeld gebracht. Het verbod raakt naar schatting 250 tot 400 inleners en ongeveer 150 uitzendbureaus die actief zijn in de vleesketen. De incidentele regeldruk bedraagt naar schatting € 5,8 tot € 6,3 miljoen. De totale structurele regeldrukkosten worden geraamd op € 0,9 tot € 1,1 miljoen.

De formele titel van het wetsvoorstel is: Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met het introduceren van een in- en uitleenverbod voor de vleesketen.