Het kabinet heeft de afschaffing van de belastingvrijstelling voor korting op branche-eigen producten voldoende onderbouwd. De maatregel is naar verwachting ook werkbaar. De regeldrukraming houdt echter nog geen rekening met extra overleg tussen werkgevers en de Belastingdienst. Dat schrijft het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) in een advies aan de staatssecretaris van Financiën.

Korting voortzetten binnen de vrije ruimte

Werkgevers kunnen werknemers nu belastingvrij korting geven op producten of diensten uit het eigen bedrijf. Denk aan korting op boodschappen, kleding, elektronica of verzekeringen. De vrijstelling geldt voor maximaal 20% van de waarde van het product en maximaal € 500,- per werknemer per jaar.

Het kabinet wil deze vrijstelling per 1 januari 2027 afschaffen. Werkgevers kunnen de korting daarna onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling, belast verlonen, verlagen of beëindigen.

Kosten van extra overleg berekenen

Ongeveer 56.000 werkgevers gebruiken de vrijstelling. Zij moeten kennisnemen van de wijziging, een keuze maken over de personeelskorting en mogelijk hun administratie aanpassen. De eenmalige regeldrukkosten zijn geraamd op circa € 719.000,-. Daarnaast ontstaat volgens de toelichting een structurele lastenverlichting van circa € 109.000,- per jaar, omdat werkgevers niet langer de grenzen van 20% en € 500,- hoeven te controleren.

De Belastingdienst verwacht wel vaker met werkgevers te moeten overleggen over de waardering van bijzondere voordelen, bijvoorbeeld wanneer werknemers kleding overnemen. Dit overleg kost ook werkgevers tijd en mogelijk geld. Deze regeldruk is nog niet in de raming opgenomen. Het college adviseert deze regeldrukgevolgen wel in kaart te brengen.

Formele titel: Belastingplan 2027 – Afschaffen gerichte vrijstelling branche-eigen producten