Bedrijven met een energiegebruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m³ gas zijn verplicht om energiebesparende maatregelen te treffen die zich binnen vijf jaar of minder terugverdienen. De energiebesparingslening voor het midden- en kleinbedrijf moet mkb-ondernemers ondersteuning bieden bij de investering in energiebesparende maatregelen. De lening is beschikbaar voor mkb-ondernemers die onder de energiebesparingsplicht vallen, maar ook mkb-ondernemers met een lager energiegebruik komen in aanmerking. Ondanks dat het positief is dat het mkb toegang krijgt tot financiering, en zo meer ondernemingen kunnen investeren in een toekomstbestendige onderneming, is de effectiviteit van de regeling onvoldoende duidelijk. Dit schrijft ATR in een advies aan de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG).

Doelgroep en grootte probleem onduidelijk
Het voorstel verstrekt een lening voor mkb-ondernemers om te kunnen investeren in energiebesparende maatregelen. Volgens de regeling heeft 11% van de ondernemers moeite met het vinden van financiering ter ondersteuning van maken van investeringen in energiebesparende maatregelen. Het voorstel onderscheidt twee doelgroepen, de mkb-ondernemer met een gebruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m³ gas en de mkb-ondernemer met een minimaal gebruik van 10.000 kWh elektriciteit en/of 5.000 m³ gas. Beide groepen ondernemers kunnen aanspraak maken op de regeling. Er blijkt alleen niet uit het voorstel om hoeveel ondernemers dit gaat. ATR adviseert inzichtelijk te maken hoeveel ondernemers er onder de verschillende groepen vallen en om duidelijk te maken in hoeverre de regeling een financieringsprobleem voor deze ondernemers oplost.
Effectiviteit
Omdat de doelgroep van de regeling niet gekwantificeerd wordt, is het moeilijk vast te stellen of de regeling effectief zal zijn. Ook zegt het college dat de regeling niet duidelijk maakt wat er van ondernemers verwacht wordt. Daarom adviseert ATR de toelichting hierop te verduidelijken. Daarnaast besteedt de regeling geen aandacht aan de verhouding tussen de subsidie en al bestaande financiële instrumenten, wat mogelijk kan leiden tot complexiteit of overlap. Het college adviseert dit aan de toelichting toe te voegen.
Regeldrukkosten
Tot slot moet de regeldruk volledig in kaart gebracht worden door een realistische inschatting te maken van het verwachte aantal aanvragen. Pas dan kan worden beoordeeld of de regeling proportioneel en werkbaar is voor de doelgroep. Ook adviseert ATR om de twee doelgroepen verder uit te werken en te kwantificeren.
De formele titel van het voorstel luidt Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (RNES) vanwege het toevoegen van een subsidiemodule voor het energiebesparingsfonds