Het kabinet wil scholen in het funderend onderwijs veiliger maken. De continue screening van schoolpersoneel moet daaraan bijdragen. Maar de onderbouwing van de maatregel schiet tekort. Daarbij vermindert de regeldruk, maar is een verdere vermindering mogelijk. Dat schrijft het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) in een brief aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Inhoud en context
In de huidige situatie overlegt kandidaat-schoolpersoneel een verklaring omtrent gedrag (VOG) bij indiensttreding. Dat is een eenmalige verplichting. Het wetsvoorstel introduceert een register waarin schoolpersoneel in het funderend onderwijs wordt ingeschreven na het overleggen van VOG. Gepleegde strafbare feiten worden direct gekoppeld aan het geregistreerde schoolpersoneel. De minister van OCW beoordeelt vervolgens of het strafbare feit moet leiden tot een schorsing van het betreffende personeelslid.
Nut en noodzaak
Uit de memorie van toelichting blijkt dat leerlingen niet altijd veilig zijn op school. En dat het schoolpersoneel daar een aandeel in heeft. De continue screening moet dergelijk schoolpersoneel weren. ATR onderschrijft de wenselijkheid van het weren van dat personeel, maar vraagt wel of de voorgestelde continue screening daartoe voldoende is. Een concrete doelstelling vermeldt de memorie van toelichting ook niet. Het wetsvoorstel is lastig evalueerbaar.
Het wetsvoorstel vergroot verder de reikwijdte van de VOG-plicht. Uit de memorie van toelichting blijkt niet welke risico’s met deze uitbreiding worden beperkt. Terwijl de uitbreiding wel een verdere vermindering van de regeldruk in de weg staat. De positieve gevolgen voor de regeldruk kunnen groter zijn als de reikwijdte van de VOG-plicht niet wordt uitgebreid.
Minder belastende alternatieven
Als schoolpersoneel wordt geschorst, dan kan dat alleen ongedaan gemaakt worden door het overleggen van een nieuwe VOG. Maar het aanvragen van een nieuwe VOG gaat gepaard met nieuwe regeldruk en tijdsverloop. Het is minder belastend om de schorsing zelf aan te kunnen vechten. Verder wijst ATR op de samenloop van de registers in de kinderopvang en het funderend onderwijs. Daar bestaan minder belastende alternatieven voor.
Werkbaarheid en regeldruk
De continue screening kan leiden tot minder vrijwilligers. En minder vrijwilligers leidt mogelijk tot minder goed werkbare situaties op scholen. De memorie van toelichting moet daar nog op ingaan. Meer in het algemeen moet de memorie van toelichting inzichtelijk maken dat de continue screening werkbaar is voor scholen. Tot slot heeft ATR geen opmerkingen over de regeldruk.