Het kabinet wil uitval van leerplichtige jeugdigen tegengaan met meer maatwerkplannen in het onderwijs. Het wetsvoorstel “Wet maatwerk in het funderend onderwijs” verruimt de mogelijkheden daarvoor. Maar het is onduidelijk in hoeverre het wetsvoorstel werkbaar is zonder extra financiële middelen.

Context en inhoud

Het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs zijn verplicht om passend onderwijs te leveren. Om dat te kunnen, is het soms nodig om af te wijken van wettelijke regels. Tijdelijke initiatieven, zoals experimenten en subsidieregelingen, maken het mogelijk om af te wijken van wettelijke regels. Dit wetsvoorstel maakt maatwerk structureel mogelijk. Het biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld af te wijken van de wettelijk verplichte onderwijstijd en onderwijslocatie. Het doel is om schooluitval te voorkomen.

Nut en noodzaak en minder belastende alternatieven

De memorie van toelichting beschrijft, aan de hand van verschillende onderzoeken, het nut van maatwerk. Verder is structurele verankering van maatwerk minder belastend dan (telkens) tijdelijke initiatieven te moeten volgen.

Werkbaarheid

De structurele mogelijkheid tot maatwerk gaat niet gepaard met extra financiële middelen. Het is daarom de vraag of het wetsvoorstel werkbaar is. Verder is niet geheel duidelijk waarop samenwerkingsverbanden de maatwerkplannen van scholen moeten toetsen. Dat leidt mogelijk tot verschillen tussen de samenwerkingsverbanden.

Regeldruk

De gevolgen voor de regeldruk zijn onvoldoende in beeld gebracht. Het vervallen van tijdelijke initiatieven heeft positieve gevolgen voor de regeldruk. Het leidt immers tot bijvoorbeeld minder kennisname- en aanvraagkosten. Die gevolgen moeten nog kwantitatief in beeld worden gebracht.

De formele titel van het wetsvoorstel is Wet maatwerk in het funderend onderwijs.