Het kabinet wil de aanleg van energie- en CO₂-infrastructuur versnellen door bestaande procedures te vereenvoudigen. Met wijzigingen in de Energiewet, Mijnbouwwet en Omgevingswet vermindert onnodige bestuurlijke en procedurele lasten. De maatregelen leiden tot een structurele regeldrukvermindering voor bedrijven en kortere doorlooptijden voor infrastructuurprojecten. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) adviseert daarom het wetsvoorstel in te dienen.

Versnelling energieprojecten

Het wetsvoorstel maakt deel uit van de jaarlijkse Vereenvoudigingswet en bevat drie maatregelen om deze knelpunten aan te pakken. Provincies worden in beginsel het bevoegd gezag voor nieuwe elektriciteitsinfrastructuur van 110 tot 220 kV. Daarnaast wordt het mogelijk om voor kleinere en minder complexe mijnbouwprojecten een reguliere vergunningprocedure. Tot slot wordt de gedoogplichtregeling uitgebreid voor CO₂-buisleidingen naar ondergrondse opslaglocaties.

Minder regeldruk en kortere procedures

De voorgestelde wijzigingen leiden tot een vermindering van de regeldruk voor bedrijven. Dit levert netbeheerders naar verwachting een structurele regeldrukbesparing op van circa € 710.000 per jaar. De vereenvoudigde gedoogplichtprocedure levert een jaarlijkse besparing op van circa € 3.900 tot € 5.400. Daarnaast leidt de gedoogplicht van rechtswege voor voorbereidende werkzaamheden tot een structurele regeldrukvermindering van circa € 269.000 tot € 375.000 per jaar.

Wetvoorstel luidt: Wijziging van enkele wetten ter versnelling van energie- en CO₂-projecten