Het kabinet wil met een nieuwe Zelfstandigenwet duidelijkheid creëren over wanneer mensen als zelfstandige aan de slag kunnen. Het wetsvoorstel introduceert een nieuw toetsingskader dat naast de bestaande wettelijke normen komt te staan. De toelichting bij het voorstel maakt echter niet duidelijk wat de toegevoegde waarde van het nieuwe kader is. Belangrijk daarbij is dat de feitelijke situatie geldt. Zelfstandigen zullen daarom ook met het nieuwe kader pas achteraf weten of hun werkzaamheden toch als schijnzelfstandigheid worden gezien. Niet duidelijk is verder wanneer de wet als effectief mag worden beschouwd. Ook is niet duidelijk welke mogelijk minder belastende alternatieven zijn overwogen (en waarom daar niet voor is gekozen). Daarbij kan worden gedacht aan niet-wettelijke alternatieven, zoals intensieve, op specifieke sectoren gerichte voorlichting. De inschatting van de regeldruk vraagt tot slot om een nieuwe inschatting. Dat schrijft het ATR in een advies aan de minister van Werk en Participatie (SZW).

Context
De voorliggende Zelfstandigenwet volgt op diverse eerdere voorstellen die beogen schijnzelfstandigheid tegen te gaan en mensen duidelijkheid te bieden wanneer zij aan de slag kunnen als zelfstandige. Eerder heeft ATR geadviseerd over een initiatiefwet met dezelfde naam als voorliggende wet en het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR). Over beide voorstellen heeft het ATR geadviseerd met het zwaarste oordeel (dictum 4, niet indienen).
Toets vooraf
In het nieuwe voorstel beschrijft het kabinet een nieuwe toets die zelfstandigen vooraf de zekerheid zou moeten geven over (schijn-)zelfstandigheid. Het toetsingskader bestaat uit twee onderdelen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Het eerste deel ziet op de zelfstandige zelf, het tweede deel op de opdracht van de zelfstandige. Het probleem hiermee is echter dat zekerheid vooraf niet kan worden gegeven, omdat alleen de feitelijke situatie geldt. En die kan alleen achteraf worden vastgesteld.
Succes wetsvoorstel niet meetbaar
Het doel van de nieuwe Zelfstandigenwet is om meer duidelijkheid te creëren, schijnzelfstandigheid tegen te gaan en zelfstandigen de erkenning te geven die zij verdienen. Of dit doel bereikt wordt, blijft onzeker. Zo blijkt uit het voorstel niet voor welke zelfstandigen en situaties het nieuwe beoordelingskader meer duidelijkheid biedt dan de bestaande beoordeling. Daarbij is ook relevant dat het doel niet toetsbaar is. Het is daarmee niet duidelijk wanneer het voorstel een succes is.
Minder regeldruk mogelijk
Het voorstel beschrijft verschillende wettelijke alternatieven die zijn overwogen, maar daarmee wordt niet duidelijke of en zo ja welke niet-wettelijke alternatieven er zijn. Het is aannemelijk dat die (hoogstwaarschijnlijk) minder belastend zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om goede voorlichting die kan worden gericht op die sectoren waar het risico op schijnzelfstandigheid groot is. Die afweging zou wel in het voorstel terug te lezen moeten zijn.
Nieuwe onduidelijkheid
Het nieuwe toetsingskader komt naast de bestaande toets te staan. In het voorstel maakt het kabinet niet duidelijk hoe het de nieuwe onduidelijkheid die daardoor ontstaat gaat oplossen. Bij elke introductie van nieuwe criteria zijn er namelijk interpretatieverschillen, zeker wanneer wijzigende omstandigheden kunnen leiden tot nieuwe onzekerheid. Aanvullende duiding is nodig. Ook is het wenselijk dat passende hulp en ondersteuning geboden wordt bij de toepassing van het toetsingskader.
Regeldruk
Het voorstel verwacht een structurele regeldrukbesparing. Of daar sprake van is is nog helemaal niet zeker. Dit komt doordat onduidelijk is voor welke zelfstandigen en situaties de nieuwe beoordeling nuttig is en in veel gevallen de nieuwe toets aanvullend moet plaatsvinden op de bestaande (holistische) beoordeling. Een nieuwe inschatting van de regeldruk is noodzakelijk.
De formele titel van het voorstel luidt: Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verduidelijken van wanneer in ieder geval geen sprake is van gezag in de zin van artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (Zelfstandigenwet).