Bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken zijn verplicht financiële zekerheid te stellen. Voor afvalbedrijven kan het bevoegd gezag kiezen om deze op te leggen. De huidige gestelde financiële zekerheden zijn mogelijk onnodig duur. Ook zijn er in de uitvoering bij deze zekerheidsstelling problemen voor bedrijven en provincies. Een hernieuwde volledige probleem- en effectenanalyse is van belang voor een goede onderbouwing van het instrument. Daarnaast biedt deze analyse aanknopingspunten om de uitvoering te vereenvoudigen en de regeldruk die met het instrument gepaard gaat te verminderen. Dat schrijft ATR in een advies aan het kabinet op basis van een ontvangen regeldruksignaal vanuit het georganiseerd bedrijfsleven.

Signaal
Financiële zekerheidsstelling moet voorkomen dat de staat opdraait voor saneringskosten als milieuschade optreedt na faillissement of vertrek van een bedrijf uit Nederland. De Vereniging van Nederlandse Tankopslagbedrijven (VOTOB) en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) dienden bij ATR een regeldruksignaal in over de zekerheidsstelling. Zij concluderen dat de verplichting voor disproportionele lasten zorgt voor onder andere chemiebedrijven. Vanuit afvalbedrijven klinkt een vergelijkbaar signaal. Dat provincies en omgevingsdiensten, de partijen die verantwoordelijk zijn voor de uitrol, het instrument als complex en lastig uitvoerbaar ervaren draagt niet bij aan een lastenluwe implementatie. Deze signalen waren voor ATR aanleiding om de verplichting te onderzoeken en te bezien welke kansen bestaan om onnodige regeldruk te beperken.
Onderbouwing noodzaak en nut
ATR concludeert dat de noodzaak van financiële zekerheidsstelling onvoldoende is onderbouwd. Ook is onduidelijk of het instrument een effectief middel is om te voorkomen dat de staat opdraait voor eventuele saneringskosten. Om deze reden adviseert ATR een hernieuwde probleemanalyse te maken. Dit maakt onderbouwde besluitvorming over het vervolg van de wettelijke verplichting mogelijk. Alleen als noodzaak, nut en proportionaliteit duidelijk zijn, ligt het in de reden door te gaan met de verplichting tot financiële zekerheidsstelling.
Mogelijkheden voor een lastenluwe en werkbare vormgeving
Als de verplichte zekerheidsstelling blijft bestaan, adviseert het college de vormgeving te vereenvoudigen met minder regeldruk. Dat is bijvoorbeeld mogelijk door de kennis en capaciteit in de uitvoering te bundelen. Daarnaast adviseert ATR de berekeningsmethode voor de hoogte van de zekerheidsstelling tegen het licht te houden om disproportionele bedragen te voorkomen en waar mogelijk te versimpelen. Tenslotte merkt ATR op dat een collectieve oplossing minder belastend is dan dat ieder bedrijf afzonderlijk financiële zekerheid moet stellen. ATR adviseert het kabinet om samen met bedrijven en medeoverheden deze collectieve vormgeving te realiseren.
Onderbouwde besluitvorming over wijzigingen
Als het kabinet de regelgeving en uitvoering over financiële zekerheidsstelling in de komende periode wijzigt, is onderbouwde besluitvorming cruciaal. Daarvoor is het volgens ATR van belang dat een gedegen effectenanalyse beschikbaar komt. Met daarin aandacht voor de regeldruklasten en uitvoeringsconsequenties van zowel de huidige situatie als die van de minder belastende alternatieven. Daarnaast adviseert ATR het kabinet spoedig duidelijkheid te geven over eventuele wijzigingen en hoe in de komende periode invulling moet worden gegeven aan de wettelijk verplichte zekerheidsstelling.
Advies over financiële zekerheidsstelling voor majeure risicobedrijven en afvalbedrijven