Het verplicht stellen van alternatieven voor bestrijdingsmiddelen moet bijdragen aan de vermindering van de verspreiding van mogelijk schadelijke stoffen. Uit het voorstel blijkt echter niet welke afname het ministerie nastreeft. Daardoor is het moeilijk de effectiviteit van de verplichting te kunnen beoordelen. Ook zijn de regeldrukgevolgen onterecht niet in beeld gebracht. Dit schrijft ATR in een advies aan de minister van LVVN.

Doelen onvoldoende concreet

Het kabinet wil het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tot een minimum beperken door gebruik van minder milieubelastende alternatieven te verplichten. Nader onderzoek zal uitwijzen welke middelen dit zullen zijn en in welke gevallen deze verplicht worden gesteld. De verplichting kan weliswaar bijdragen aan het beperken van pesticiden, maar onduidelijk blijft hoe groot deze vermindering zal zijn en wanneer deze bereikt moet zijn. Deze concretere invulling is wel nodig om de effectiviteit van de verplichting te kunnen beoordelen. 

Regeldrukeffecten niet beschreven

Het voorstel bevat geen beschrijving van de regeldruk. De reden daarvoor is dat dit pas bij de uitwerking van de te verplichten alternatieven concreet gemaakt kan worden. Het college adviseert de regeldruk met behulp van scenario’s en bandbreedtes al in dit besluit te beschrijven, conform de Rijksbrede methodiek.

De formele titel van het voorstel luidt Wijziging Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden i.v.m. het verplicht kunnen stellen van alternatieven voor chemische gewasbeschermingsmiddelen.