Het kabinet implementeert Europese regels voor de bouw van nieuwe binnenvaartschepen. Uit de toelichting bij deze technische voorschriften blijkt niet wat de gevolgen zijn voor de binnenvaart. Ook ontbreekt een berekening van de regeldrukeffecten. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
Context
De nieuwe eisen komen voort uit de Europese standaard voor technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN). Deze standaard wordt gezamenlijk vastgesteld door de Europese Unie (EU) en de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), via het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (CESNI). Daarmee worden technische regels voor de binnenvaart in Europa zoveel mogelijk geharmoniseerd, zodat schepen in verschillende landen aan dezelfde veiligheids- en milieueisen voldoen.
Met de wijziging van de Binnenvaartregeling worden deze Europese voorschriften nu in de Nederlandse regelgeving verwerkt. Concreet gaat het om eisen voor het gebruik van brandstoffen met een laag vlampunt (zoals methanol), de technische inrichting van elektrische voortstuwing en het veilig gebruik van lithium-ion-accu’s. De aanpassing geldt vooral voor nieuw te bouwen schepen.
Verdere toelichting gewenst
De inhoudelijke wijzigingen hebben volgens de toelichting niet allemaal noemenswaardige gevolgen. De toelichting gaat ten onrechte niet in op de aard en omvang van deze technische wijzigingen, waardoor onvoldoende duidelijk is of zij gevolgen hebben voor de bouw en het gebruik van nieuwe binnenvaartschepen.
Regeldruk
De regeldrukeffecten van de wijziging van de Binnenvaartregeling zijn niet in kaart gebracht. Het is onduidelijk wat de effecten zijn en of, en zo ja in welke mate, er aanvullende kosten moeten worden gemaakt voor de bouw van binnenvaartschepen. Dat zou alsnog in kaart moeten worden gebracht.
De formele titel van het besluit luidt: Wijziging Binnenvaartregeling ter implementatie van het CCR besluit 2024-II-14